Spring naar hoofd-inhoud

Zoek het hoger op


Hoe komt het dat een ongewenst gedrag bij iemand veelal niet verdwijnt, ook al verandert deze persoon drastisch zijn ‘negatieve’ omgeving ? Na verloop van tijd vervalt hij in het oude patroon…..
Dit heeft meestal te maken met het niveau waarop de gewenste verandering wordt aangepakt.

De logische niveaus van denken, leren en veranderen
Ons denken, leren en veranderen speelt zich af op verschillende niveaus.
Deze theorie werd in 1972 neergezet door de antropoloog Gregory Bateson en 20 jaar later verder uitgewerkt door NLP-ontwikkelaar Robert Dilts.
Het model van Bateson-Dilts gaat er vanuit dat er 6 hiërarchische niveaus zijn van waarop wij denken, leren, veranderen, functioneren:
1. Omgeving / Context  Waar, wanneer, met wie, in welke situatie?
2. Gedrag  Wat doe ik, wat laat ik zien

3. Capaciteiten / Vaardigheden  Wat kan ik, welk vermogen heb ik?
4. Overtuigingen / Waarden  Wat geloof ik, wat is belangrijk voor mij?
5. Identiteit  Wie ben ik(echt), met welke kwaliteiten en rollen identificeer ik mij?
6. Missie / Zingeving   Wat is mijn levensdoel wat is de zin van mijn bestaan?

Wij functioneren op alle 6 niveaus, zowel bewust als onbewust. De niveaus beïnvloeden elkaar. Een verandering op een lager niveau KAN verandering op een hoger niveau bewerkstelligen. Een verandering op een hoger niveau ZAL verandering op de lagere niveaus teweegbrengen.

Voorbeeld:
ZAL:  Als je andere vaardigheden hebt aangeleerd (niveau 3 Capaciteiten), ga je vanzelf ander gedrag vertonen (niveau 2 Gedrag). Doordat jouw gedrag anders wordt, verandert ook de manier waarop mensen weer op jou reageren, je omgeving verandert dus ook (niveau 1 Omgeving).
KAN: Omgekeerd kan een verandering in omgeving een verandering in gedrag en vaardigheden betekenen, maar dit is niet vanzelfsprekend.

Wil je je problemen verhelpen, dan is het van belang ze op het juiste niveau aan te pakken
Het niveau waarop/van waaruit iemand functioneert is in grote mate bepalend voor zijn verandervermogen en ontwikkelpotentie.
Het model van de logische niveaus is een goedwerkend hulpmiddel om problemen aan te pakken. 
Ga er van uit dat jouw probleem niet de absolute realiteit is. Besef dat er enkel feitelijkheden bestaan en dat  jouw kijk op deze feiten bepaalt of je iets als een probleem ervaart of niet. Door je te richten op jouw aandeel in de feiten, niet op de feiten zelf, en op het niveau waarop het ‘probleem’ ontstaat, ben je meer capabel om verandering aan te brengen in je situatie.

Voorbeeld:
Iemand heeft angst voor spreken in het openbaar. Nu kun je deze persoon trachten spreekvaardigheden bij te brengen……maar spreekangst zit zelden op het niveau van gedrag en vaardigheden. Het is meer waarschijnlijk dat belemmerende overtuigingen (hoger logisch niveau) de oorzaak zijn, zoals: ik ben niet interessant genoeg, men zal om mij gniffelen….mij niet waarderen…ik zal het toch niet goed kunnen…ben ik het wel waard?…etc.

Het voornoemde ‘probeem’ onderzoeken op het niveau van overtuigingen zal effectiever zijn dan een aanpak op vaardigheden.

Ander voorbeeld van onderlinge niveau-beïnvloeding:
Iemand is ernstig ziek geweest. Hierdoor is hij anders gaan denken over zijn levensdoel en zingeving.
(hoogste logische niveau). Dit leidt bijvoorbeeld tot veranderingen op gebied van overtuigingen, vaardigheden en gedrag. Wat heeft (nog /nog meer) zin, wat is nu (meer/minder) belangrijk om te kunnen, te doen, te laten..?

Gouden regel: zoek het hogerop
Als je met iets zit dat je niet opgelost krijgt:
- Wordt je bewust van het niveau waarop je nu het probleem ervaart.
- Besef dat de oplossing wellicht op een hoger niveau duidelijk wordt.
- Richt je op het hoger niveau…en zoek daar de oplossing.

Vind je die nog niet, richt je dan op het volgende hogere niveau. Ga net zolang door totdat je op het niveau bent waar je de oorzaak en oplossing vindt.